StOKpaardje

Bespreking van een boek uit een schenking

Honderdduizend Gulden, Aug. A. Boudens, uitgeverij Helmond te Helmond, 1937, Nederlandse Jeugdbibliotheek, no.74, derde druk, illustraties van Gerrit de Morée.
Regelmatig krijgt onze stichting boeken aangeboden die onder de oude kinderboeken een aparte plaats innemen. Honderdduizend Gulden is er zo een. Het is een boek uit de serie zogenaamde kwartjesboeken en om meerdere redenen interessant. Niet om het verhaal, een klassieke detective, een jongensboek volgens het beproefde recept. Nee, het bijzondere zit hem in zaken als ondertitel, schrijfstijl, thema en illustraties.

Inhoud
Jaren 30. Volop crisis. Een allesbehalve saaie tijd. Er gebeurt van alles. In de kranten staan berichten over valsemunters. Geruchten over een communistische samenzwering doen de ronde. De sprekende film is nog maar net uitgevonden. Polygoon en cineac (cinéma d'actualité) zijn er al en op de Veluwe zendt Radio Kootwijk, ‘een toverhuis met zonderlinge machines, het Nederlandse woord de wereld in.’ Meneer Habbes, directeur en eigenaar van het gelijknamige Rotterdamse warenhuis, het grootste van Nederland, gaat persoonlijk naar de bank om de jubileumbonus van 100 gulden voor zijn 1000 medewerkers op te halen. Terug op kantoor blijkt zijn geldkoffer valse biljetten te bevatten. Is de warenhuisbaas slachtoffer van een bende oplichters of profiteert hij handig van de ‘nieuwsgierigheid’ van gewiekste krantenredacteuren?

Ondertitel
‘Zesdaagse filmroman voor jongens’ luidt de ondertitel van ons boek. Een filmroman, wat is dat? Een soort boek dat leest als een film? Snelheid, spanning en beweging. Beeldend, sprekend en met het lawaai van de grote stad. We zitten tenslotte middenin de begintijd van de geluidsfilm. De namen van de hoofdstukken suggereren aanwijzingen voor een filmscript. In zes dagen tijd speelt de film zich af, op de Veluwe, in Rotterdam en Amsterdam. Hoofdstuk één is een soort proloog, de presentatie van cast en decors, terwijl het laatste veel weg heeft van een epiloog, gepresenteerd als ‘journaalflitsen’. De laatste woorden zijn: Licht op! Het boek is uit, de film afgelopen. Bedoelt de schrijver dìt met een filmroman? Of is het de ‘romantificatie’ van een film? Het omgekeerde dus van een film gemaakt naar een boek. Vergelijk de term filmconcert, concert bij/muzikale begeleiding van een (zwijgende) film.

Vertelstijl
Door regelmatig gebruik te maken van korte, onder elkaar geplaatste zinnetjes, van lange reeksen ‘kommazinnen’, krijgt het verhaal vaart en actie. Dit filmische effect wordt nog vergroot door de gezwollen taal en zwaar aangezette overdrijvingen. Vooral Habbes en zijn reclamestunts moeten het daarbij ontgelden.

Thema
In dit boek draait alles om geld: crisistijd, geldontwaarding, valsemunters, kopen, verkopen, en vooral winst maken. De tot kopen aansporende commerciële reclame (Habbes heeft Alles) speelt daarbij een prominente rol.

Illustraties
Die zijn zonder meer van een verfrissende moderniteit. Alleen de bandtekening al. Als je daar een oorspronkelijke afdruk van zou kunnen bemachtigen, hing je die in een strakke lijst thuis aan de wand. Kwartjesboeken hadden niet zelden goeie tekenaars.
Over de schrijver A.A. Boudens (1891-1971) is weinig bekend. Hij heeft meegewerkt aan een taalmethode voor het katholieke onderwijs en is de auteur van Nederland in nood. G. de Morée (1909-1981) illustreerde meerdere kwartjesboeken, met name die uit de kinderreeks. Hij was tevens schilder, graficus en glazenier.

Er valt nog wel meer over dit boek te zeggen, over typografische bijzonderheden of over opvallende taalfouten en andere slordigheden. Ook de maatschappelijke visie van de verteller komt u aan de weet. Enfin, leest u dat zelf maar. U weet waar u gratis Honderdduizend Gulden kunt lenen!

Bram van IJperen
Jaargang 7, nummer 1, 2011