StOKpaardje

Barendje en het Hongaartje, door Co van der Steen-Pijpers (1914 –), illustraties Marie Louise Reinderhoff (1903 – 1991), 3e druk, 1959, uitgeverij G.F. Callenbach in Nijkerk.

Dit boek is een zogenaamd zondagsschoolboekje, deel 7 uit de Barendje serie, genre: protestants-christelijke verhalen, trefwoord: bleekneusjes. De aanduidingen protestants-christelijk en bleekneusjes zijn afkomstig uit het centraal bestand kinderboeken van de Koninklijke Bibliotheek.

Protestants-christelijke verhalen. Wat zijn dat? Stichtelijke verhalen waarin de bijbel van de protestanten een hoofdrol speelt. De katholieken hebben hun rooms-katholieke verhalen. Aan de hand van een bepaalde gebeurtenis of ongewenst gedrag wordt de mens duidelijk gemaakt dat hij verkeerd gehandeld heeft, maar ook dat het hem vergeven kan worden. In ons boek heeft Barendje teveel aan zichzelf gedacht en daardoor het leven van het Hongaartje in gevaar gebracht. Een bekend voorbeeld van protestants-christelijke verhalen zijn de zondagsschoolboekjes zoals die destijds met Kerstmis aan de 'leerlingen' werden uitgereikt. Leerlingen die overigens niet per se van protestants-christelijke huize hoefden te zijn. Ook onkerkelijken waren vanzelfsprekend welkom. De zondagsschoolboekjes (vaak telden ze niet meer dan 50 bladzijden) waren verschillend. Zo had je de zgn. dorpsverhalen en familieverhalen, maar ook spannende historische jongensboeken.

Bleekneusjes. Dit trefwoord heeft o.a. betrekking op jonge slachtoffers van oorlog, bezetting en opstand die kwamen aansterken in het buitenland. In ons boek is het Hongaartje zo'n bleekneusje en waarschijnlijk is hij een kind dat met z'n ouders moest vluchten als gevolg van de Hongaarse Opstand van 1956. In dat jaar namelijk maakten de Russen korte metten met de Hongaarse opstandelingen en herstelden op bloedige wijze hun gezag. Meer dan duizend doden, een veelvoud aan vluchtelingen, duizenden politieke gevangenen en honderden executies waren het gevolg. Samen met 24 landgenootjes mag Sigmund, zo heet het Hongaartje, komen aansterken in Holland. Hij gaat drie maanden logeren bij Barendje thuis. Aan het eind van z'n verblijf is Sigmund vijf pond aangekomen en bij zijn afscheid wordt hij overladen met speelgoed, kleding en voedsel. En natuurlijk hoopt Barendjes moeder dat Sigmund niet zal vergeten in de kinderbijbel te lezen, die zij onderin de grote koffer heeft gelegd.

Bandtekening en illustraties. Met zijn bandtekening heeft de illustrator heel treffend het uiterlijke verschil tussen Barendje en het Hongaartje aangegeven. De één een halve kop groter, goed gekleed en keurig gekapt, de ander magertjes, veel te lang en slordig geknipt haar (p.6), eenvoudig polootje en afgezakte sokken i.p.v. mooie geruite kousen. Verder springen vooral de knokige handen van Sigmund en de broederlijke hand van Barendje op zijn schouder in het oog. Overeenkomst: de ogen, die bij beiden iets positiefs uitstralen, bij de één zelfbewuste goedheid, bij de ander innige dankbaarheid. Merkwaardig vind ik het dat de bandtekening absoluut on-winters is. De bomen en heggen zijn nog in blad en de beide jongens lopen in korte broek, terwijl de belangrijkste gebeurtenis in het verhaal – Sigmund die verdwaalt – plaats vindt in sneeuw en ijs. De grote tekening naast het titelblad geeft daarentegen wél exact de tekst weer: 'Barendje kijkt nog even om naar het eenzame figuurtje in het wijde winterlandschap. Hij zwaait. Sigmund zwaait terug, met allebei z'n armen' (p.32). Van de overige illustraties valt het grote aantal vogels en eenden op. Barendje is een enthousiast vogelliefhebber, zeker, maar ik had liever wat meer typische Rie Reinderhoff tekeningen dan plaatjes die ze ook voor een biologieboek had kunnen maken.

Typisch jaren 50. Enkele tijdgebonden omstandigheden en gewoonten in het dorp van Barendje: moeder kookt 's morgens pap; opa woont bij de familie in; tafel dekken, bed opmaken, afwassen en schoenen poetsen zijn taken van de kinderen; de was ging naar de wasserij en de fiets had een dubbele stang voor de lange man.

Conclusie. Lofwaardige poging om een actueel historisch feit (de Hongaarse Opstand van 1956) en een gevolg daarvan (vluchtelingenkampen) onder de aandacht van jonge kinderen te brengen. Niet onaardig voorbeeld ook van vaderlandse gulheid en hulpvaardigheid, ook al is liefdadigheid een prima propagandamiddel. Jammer alleen dat Barendje wel erg als zondaar wordt neergezet. Jammer ook dat het kereltje zo 'moet schokken van het snikken' en 'gierend, met klapperende tanden, moet huilen' (p.44). Ronduit bedenkelijk is de evangelisatiedrang op de manier zoals die naar voren komt bij Barendje's moeder, die van mening is dat Het ergste is dat Sigmund weinig of niets van de bijbel weet. Dit vindt zij erger dan het kampleven met een zieke vader, armoede, honger, kou, zomer en winter op dezelfde gymnastiekschoentjes, en met negen op één slaapkamer (p.26).

Bram van IJperen
Jaargang 8, nummer 1, 2012

Info: www.kb.nl/vak/kinderboeken/online.html

www.achterderug.nl