StOKpaardje

Boekbespreking: Marijke trilogie van Cissy van Marxveldt

De schrijfster.
Cissy van Marxveldt werd in 1889 geboren in Oranjewoud (Friesland) als Setske de Haan. Toen haar grootmoeder haar pasgeboren kleindochter kwam bewonderen zei zij: “Die had beter dood kunnen zijn”. Setske was een zwak kindje en het enige kind van een progressieve hoofdonderwijzer en zijn vrouw. Grootmoeder kreeg niet gelijk, de kleine Sets was een kasplantje, maar zij ontwikkelde zich tot een echte kwajongen. Haar jeugd lijkt een beetje op die van haar heldin Joop ter Heul. Setske was gek op haar vader, die later model zou staan voor alle vaders in haar boeken: streng, maar rechtvaardig. Met haar moeder, een wat kille vrouw, kon zij het minder goed vinden. Op haar elfde ging zij naar de driejarige HBS in Heerenveen, waar zij elk jaar met de hakken over de sloot over ging. Een tijdje kreeg zij bijles van een juffrouw Laverman, die model zou staan voor juffrouw Wijers uit de Joop ter Heul serie, maar echt zoden aan de dijk zetten deed dat niet. In haar dagboek noemt zij zichzelf de drukke, lacherige Sets. Zij wilde weg uit Oranjewoud, de wijde wereld in.
In 1908, zij is dan 19 jaar, vertrekt zij naar Engeland om au-pair te worden bij het doktersgezin Ellis in Coventry. In die tijd was dat heel bijzonder. Setskes verwachtingen waren hooggespannen, maar het viel haar bitter tegen. Na twee maanden houdt ze het al voor gezien en smeekt haar vader, in brieven naar huis, of zij niet meteen naar Nederland hoeft terug te komen, maar eerst nog een tijdje op een echte Engelse kostschool mag blijven. Dat was voor die tijd heel duur voor een onderwijzer, maar als Sets dat zo graag wil, vindt haar vader het goed. Zij gaat in Bath op kostschool en beleeft daar de tijd van haar leven. Ze heeft veel vriendinnen die haar Friese naam verbasteren tot Cissy en zij geniet met volle teugen.
Terug in Oranjewoud weet ze niet goed wat zij nu verder moet doen. Haar oude juffrouw Laverman biedt uitkomst en zorgt ervoor dat Setske als leerling-journaliste wordt aangenomen bij de Drachtser Courant en zo wordt zij de eerste vrouwelijke journaliste van Nederland. Niet voor lang, want na een half jaar wordt zij ontslagen. Zelf zegt zij hierover :”Ik kon ook werkelijk niet als verslaggeefster optreden. Misschien dat ik een te grote fantasie had, want wanneer ik een brand moest verslaan, vlocht ik er een hele roman omheen”. Zij wilde schrijfster worden, geen verslaggeefster. Zij ging op kamers wonen in Amsterdam en op een kantoor werken. In het pension waar zij woonde ontmoette zij haar Grote Liefde, de enige man in haar leven, Leo Beek, iets jonger dan zij en reserve-tweede-luitenant bij de infanterie. Zij noemde hem Bob en hij haar Kees. Zij verloofden zich in 1913 en daarna verdween Leo voor drie jaar naar Canada, waar hij onder meer als cowboy werkte. Setske schreef hem dikke brieven, die hem overtuigden van haar schrijftalent. In 1916 trouwden zij en er werden twee zoons geboren: Ynze in 1916 en Leo in 1920. Het moederschap was haar niet genoeg, zij moest schrijven. Zij koos de naam Cissy van Marxveldt als schrijversnaam. De eerste twee boeken, Game and set (1917) en Het hoogfatsoen van Herr Feuer (1917) bleven vrijwel onopgemerkt. Het derde boek, De HBS-tijd van Joop ter Heul (1919) was raak en sloeg in als een bom. Daarna volgde het ene na het andere boek en werd zij de meest geliefde schrijfster van Nederland, een echte beroemdheid. In totaal schreef zij, tussen 1917 en 1946, zo’n 26 boeken en zijn er na haar dood in 1948, twee boeken postuum uitgebracht. Nog later heeft haar zoon Leo Beek onder de naam Jan van Marxveldt, verschillende boeken gepubliceerd met verhalen van en over zijn moeder.
In 1929 raakte Cissy aan één kant verlamd door een hersentumor, waar zij nooit aan geopereerd is. Na een paar maanden ziekenhuis krabbelde zij weer overeind en sindsdien typte zij haar boeken met de linkerhand. In de jaren dertig werden haar boeken serieuzer, al waren zij nog wel voor een groot deel aan haar eigen leven ontleend. In de oorlog publiceerde zij niets. Haar man zat in het verzet en toen hij in 1944 werd gefusilleerd door de Duitsers, verloor zij het plezier in het schrijven. Er verschenen nog twee boeken: Hazehart (1946) en De dochter van Joop ter Heul (1946). De laatste jaren van haar leven was zij veel ziek, zij stierf op 11 november 1948, bijna 59 jaar oud. *

Het verhaal.

Marijke.
In het eerste deel maken we kennis met Marijke Bovenkamp die, met haar drie oudere zussen, na de dood van hun ouders in ’t Zonnehoekje in Hilversum wonen. Marijke is een vlotte, speelse, spontane “bakvis” die het leven van de zonnige kant ziet en op de H.B.S. zit. Het verhaal speelt zich af tijdens de crisis jaren voor de 2e wereldoorlog.
Fie(ke) zorgt voor de huishouding in het Zonnehoekje, bijgestaan door het 16-jarige dienstmeisje Bep. Gerda werkt op kantoor in Amsterdam en Em is onderwijzeres met een verloofde in Indonesië.
Schuin aan de overkant woont de familie Das en er ontstaat opwinding als er een heer bij de familie komt wonen. Natuurlijk maakt Marijke als eerste kennis met deze heer en al gauw wordt hij een vaste bezoeker van het Zonnehoekje en later de man van Fie. De naaste buren in de deftige villa Dennenheuvel hebben een kleinzoon Ruut waar Marijke mee bevriend raakt. En dan is er nog de makelaar die bij de Bovenkampjes in de laan woont en belangstelling krijgt voor Gerda.

De toekomst van Marijke. Marijke heeft haar H.B.S. tijd achter de rug en geniet van haar vrijheid. Gerda is intussen getrouwd met Han de makelaar en zij hebben een zoontje. Em is met haar planter getrouwd en woont in Indonesië. Ruut studeert in Leiden en laat niet zo veel van zich horen, dat vindt Marijke verdrietig en ze begrijpt er niets van. Gerda vindt dat Marijke een baan moet zoeken, ze heeft genoeg geluierd, maar Marijke weet niet wat zij wil. Als Han geopereerd moet worden en daarna moet rusten, gaat Marijke Gerda helpen met de zorg voor Han. Tot verbazing van Gerda, doet Marijke dit met veel geduld en toewijding. Als Gerda en Han haar niet meer nodig hebben solliciteert zij bij “Bosweelde”, een rusthuis. Daar leert zij het vak van verpleegster en blijkt heel goed te kunnen omgaan met de patiënten die daar verblijven. Zij heeft plezier in haar werk en voor iedereen een opbeurend woord. Ruut komt haar af en toe bezoeken en ziet haar werk als een grap en heeft alleen belangstelling voor deftige mensen. Marijke heeft zelfs het idee dat hij zich voor haar schaamt en dat zit haar niet lekker. Ze neemt zich voor zich nog niet met Ruut te verloven en wil hem eerst nog beter leren kennen.

Marijkes bestemming. Marijke gaat met één van de patiënten van Bosweelde, mevrouw van Altenburg, naar de Rivièra als haar verpleegster en een beetje voor gezelschap. Daar beleeft zij een heerlijke tijd en leert ook de zoon van haar patiënte, Jan, beter kennen. Marijke beseft dat het tussen haar en Ruut nooit iets zal worden en aan het einde van het boek verklaart Jan haar zijn liefde. Eind goed, al goed.

Bespreking.

Ik las dit boek voor het eerst in 1964 en vond het prachtig. Die Marijke die durfde wat en zag alles van de leuke kant. Zelf was ik in die tijd verlegen, serieus en maakte trouw mijn huiswerk op de H.B.S. En nu nog die grote liefde………………… wanneer zou die komen? Nu ruim vijftig jaar later heb ik het H.B.S. diploma op zak, zijn er meerdere grote liefdes geweest en vond ik het boek nog steeds leuk om te lezen.
Deels uit nostalgie, de jaren 50 waarin ik opgroeide verschilde niet zoveel met de tijd waarin het boek zich afspeelt, dus veel is herkenbaar. Het is vlot geschreven met gevoel voor sfeer. Het is een echt meisjes boek zoals er in die tijd een groot verschil was tussen wat meisjes en jongens lazen. Dames van mijn generatie zullen de boeken van Cissy van Marxveldt nog met plezier lezen. Mijn dochter en kleindochters beginnen er niet meer aan. In die zin is het boek niet meer van deze tijd.

Oproep.

Heeft u ook genoten van de boeken van Cissy van Marxveldt en wilt u een leuke herinnering aan één van haar boeken met de redactie delen? Mail ons en we verwerken uw reactie in het volgende StOKpaardje (info@stichtingtoudekinderboek.nl).

Tineke Aronson
Jaargang 11, nummer 4, 2015

* Bron: Artikel van Liddie Austin in een Libelle uit 1989 ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Cissy van Marxveldt.