StOKpaardje

Berichten uit Lijsje Lorresnor: Pinkeltje

Het is prachtig weer en het zonnetje schijnt uitbundig naar binnen. Alsof het zo moet zijn, verschijnen in de deuropening een bruingebrand echtpaar en daarachter een jongere uitgave van de man.

Op mijn: ”Goedemorgen, kan ik u helpen?” komt geen antwoord, de mannen staan al voor de verkoopkast, mevrouw in de achterhoede. De oudste man pakt in één beweging de hele plank Pinkeltjes uit de kast en deponeert ze op de grote tafel. Binnen een paar minuten is de stapel verdeeld in 'hebben we wel' en 'hebben we niet'.

Mevrouw meent nu toch enige uitleg te moeten geven. “Ja, ziet u, mijn man is opgegroeid met Pinkeltje en wij hebben onze zoon - en ze wijst op de jongeman - ook altijd Pinkeltje voorgelezen.” De jongeman mengt zich nu ook in het gesprek. “Pinkeltje was natuurlijk leuk, maar toen ik een jaar of tien was, wilde ik wel eens wat spannends horen, maar mijn vader wist van geen wijken, de hele serie moest gelezen. En het ergste was, er kwamen nog steeds nieuwe deeltjes uit.” “Pinkeltje hoort bij de opvoeding”, vindt meneer, “daarom lezen we ze nu weer voor aan onze kleinkinderen.”

Als de familie hoort wat de Pinkeltjes kosten, neemt meneer een kloek besluit. “We kopen ze allemaal.” Het stapeltje 'hebben we niet' gaat met mevrouw en meneer mee. Het stapeltje 'hebben we wel' wordt zoonlief in de handen geduwd. “Kun jij vast beginnen met het eerste deeltje; wij nemen het over als zij bij ons logeren.” We rekenen af en weg zijn ze.

Er valt een zonnestraal precies op de nu lege plank in de verkoopkast. Zie ik het goed? Wie zit daar lekker in het zonnetje? Het is Pinkeltje, zijn mutsje staat scheef en hij lacht naar mij en steekt triomfantelijk zijn duimpje omhoog.

Zwolle, 11 maart 2015

Tineke Aronson
Jaargang 11, nummer 2, 2015