StOKpaardje

Boekbespreking: Pieterjan in het stadje

Pieterjan in het stadje, P.J.S. Zwart (1907-1998), met platen en omslagtekening van Tjeerd Bottema (1884-1978), derde druk, 1952, G.B. van Goor Zonen's Uitgeversmij n.v., Gravenhage-Djakarta.
Nr. 2 uit de zesdelige Pieterjan-serie.
Trefwoord: Friesland; verhuizing; zomer.
Genre: jongensboeken; dorpsverhalen; vakantieverhalen; gezinsverhalen.

Auteur en illustrator

Over de auteur van de Pieterjan-serie is weinig bekend, over de illustrator des te meer. Met Tjeerd Bottema Mijn leven, uit 1976, heeft de schrijver een lezenswaardige autobiografie geschreven. De uitvoering van het boek had best wat mooier gemogen. Via de uitgebreide bibliografie - met dank aan de samensteller - weten we in welke publicaties illustraties van Tsjeerd Bottema te vinden zijn. En dat is niet alleen in Jaap en Gerdientje, Reis door de nacht, De Kinderen van de Achterweg, Als de grimmige noordooster waait, Schimmels voor de koets en Bruun de beer!
Een ander werk uit het grafisch oeuvre van Bottema, een waar je destijds niet omheen kon en nu heimwee van krijgt, is de grote reclame-poster van de voorganger van Nationale Nederlanden: .R.V.S. (vier punten). De manshoge affiche viel op door de zwart-witte dame met parasol en de heer met wandelstok die naar boven wees. De poster (geëmailleerd reclameschild zelfs) was een absolute beeldbepaler in menige stad.

Waarom dit boek?

Om meer dan één reden is Pieterjan in het stadje een van mijn favoriete boeken geworden. Dat is niet altijd zo geweest. Het was lang uit zicht. Gelukkig bleek Pieterjan ongedeerd ontsnapt aan de kelder van het ouderlijk huis en aan de ophaaldienst van het Leger des Heils.

Tjeerd Bottema. Toen ik het boek terug had, herkende ik het meteen aan de bandtekening: de etalage met de boeken en de flessen inkt. Een van die boeken, Rembrand, speelt een hoofdrol in het verhaal. Op de band zijn naast Rembrandt ook Pinokkio, en Snelvoet en Pijlkind te herkennen. De illustraties binnenin kwamen me ineens bekend voor, zo karakteristiek en zo waarheidsgetrouw. Als voorbeeld noem ik de volmaakte prent van de tot 'bioscoop' uitgebouwde hut. Een hut bouwen was een populair tijdverdrijf. Moeders wasrek, een oud vloerkleed, wat planken en kistjes waren de onmisbare bouwmaterialen. Een vriendje met een iets rijkere vader zorgde voor het filmtoestel: een met petroleumlichtje uitgeruste toverlantaarn. Van vader mochten de jongens best een zakcentje verdienen. Dus werd er entree geheven. Met rode konen werd de opbrengst geteld.

Tsjeard Bottema, de geboren Fries, was behalve kunstschilder, etser en reclameontwerper ook illustrator en schrijver van kinderboeken. We kennen hem behalve van het werk van P.J.S. Zwart ook van Anne de Vries, Jouk Terpstra, Fritz Steuben, Nienke van Hichtum, T. Geertsma-Allema, W.G. van de Hulst en van talrijke schoolboekjes als Voor allen wat en Ons mooie Nederlands. Zelf schreef en tekende hij Avonturen van een Hollandschen jongen in Arizona en Aardolie, zigeuners en Freddie en een aantal verhaaltjes in het Fries.

Het 'ronde' verhaal. Ook het verhaal herkende ik al snel. Over Pieterjan die ging verhuizen naar het centrum van het stadje, waar zijn vader een boek-, papier- en kunsthandel overgenomen had. En over die vreemde jongen die in dienst was bij z'n vader en ten onrechte werd verdacht van diefstal.
Het Utrechts Nieuwsblad heeft het over ronde jongenservaringen, niet over kwajongensstreken. De krant stipte ook de oprechte ouder- en kinderliefde aan. En inderdaad, de sfeer in huis tussen ouders en kind is warm en prettig zonder onecht aan te doen. Dezelfde krant schrijft op het achterplat: 'Als men bij de jeugd liefde voor een goed boek wil beginnen te kweken, dan behoren deze boekjes bij de eerste geschenken.' Wat dat betreft had Pieterjan niets te klagen. Behalve zijn boek- papier- en kunsthandel runde zijn vader ook een leesbibliotheek, waarvan Pieterjan gretig gebruik maakte.

Van Goor Zn. Deze uitgeverij met het mooie VGZ-logo is mijn favoriete uitgever geworden. Kwaliteit, zowel bij de uitvoering als de inhoud, daaraan heeft Van Goor deze ereplaats te danken. In series als Na schooltijd en Voor 't kleine volkje, Oud Goud, de reeksen over Pieterjan, Daantje, Okkie, en Marieke kwam die kwaliteit sterk naar voren.

Aart Pontier.
Dat was een van de drie boekwinkels in Vlaardingen in de jaren 50. Zijn markante bruine etiket zit nog in mijn boek. Wat een verscheidenheid bestaat er in die etiketjes! Pontier was overigens geen boekwinkelier, geen boekhandelaar, maar boekverkoper.

Blijf maar! Net als Pieterjans vader was de mijne winkelier. We woonden boven de winkel, net als in het boek van Pieterjan. Als mijn vader niet van boven hoefde komen, dan riepen wij kinderen 'Blijf maar'. Deze kreet kwam ook voor in het besproken boek en bezorgde mij een prettige schok van herkenning. Ik had hem zeker in 50 jaar niet meer gehoord.

Naam plus datum
. Op het tweede schutblad van Pieterjan prijkt mijn naam plus de raadselachtige datum 1-3-55, geschreven door mijn vader. Een leuke bijkomstigheid.

Favoriete lijstje
Voilà, daarom dus, om al deze redenen is dit boek in de race voor een plaatsje in mijn top-tien oude kinderboeken. Een klassering die ik overigens nog bezig ben te maken. Ik kan niet zomaar zonder nadenken tien favoriete titels opdreunen. Hoe stel je zo'n lijstje dan samen? Een enkel boek kan ik desgevraagd meteen noemen, meerdere na enig nadenken, maar de meeste moet ik nog herlezen of ja, nog lezen! Het begrip favoriete kinderboeken kan aldus op twee manieren worden uitgelegd. Zij die het echt waren omdat je ze gelezen had en zij die het hadden kunnen zijn omdat je ze een halve eeuw later na lezing als zodanig hebt bestempeld.

Bram van IJperen
Jaargang 11, nummer 2, 2015