StOKpaardje

Goedkope kwaliteit uit de crisistijd

Een pleidooi voor het (bijna) vergeten kwartjesboek

Hoe het begon
Het was 1932 en de wereld ging gebukt onder de economische crisis die in 1929 werd ingeleid met de beurskrach op Wallstreet. Uiteraard ging deze crisis ook aan Nederland niet voorbij. Er heerste grote werkloosheid en als je aangewezen was op de steun, dan was het thuis geen vetpot. Soms kon men zijn werk weliswaar behouden, maar dat ging dan wel gepaard met loonsverlaging. Als we bedenken dat een middelgroot gezin dat van de bijstand leefde destijds ƒ 9 per week ontving en een postbode ƒ 16 verdiende, dan begrijpt u dat voor de luxe-aanschaf als een (kinder)boek geen geld was. Vaak voorzag men in de leesbehoefte door een boek te lenen in de buurtbibliotheek of bij nutsverenigingen. Ook van vrienden of vriendinnen lenen was gebruikelijk. Een gebonden kinderboek van ƒ 1,50 vond men gewoon te duur. De directeur van uitgeverij Helmond, Hendriks, vond dat daar verandering in kon komen en bracht een reeks goedkope jeugdboeken op de markt. Die boeken moesten goedkoop zijn, maar wel van een behoorlijk niveau. Hij koos voor een type boek dat eenvoudig uitgevoerd was en gedrukt op wegwerppapier. Prijs: ƒ 0,25 (vandaar de naam kwartjesboek) of gebonden ƒ 0,40. Naast jeugdboeken werden ook nog enkele romanseries, meest detectives, uitgegeven (Speciaalserie, Romans voor Allen). Hun bekendheid echter ontleenden de kwartjesboeken aan de jeugdboeken. Vandaar dat ik me in dit artikel daartoe beperk. De jongensboeken waren genummerd van 1 t/m 118, de meisjesboeken van 1 t/m 99. Er waren ook extra uitgaven, gemerkt met A of B. In totaal werden 172 jongensboeken uitgegeven en 101 meisjesboeken. Bovendien nog eens 60 kinderboeken.
Tot de jongensboeken behoorde een serie van 10, de Menco Minkemareeks, waaraan een prijsvraag was verbonden. Aan de hand van beschrijvingen in de boeken moest men zien uit te vinden waar de hoofdpersoon zich bevond.
De oudste kwartjesboeken hebben een meerkleurige voorkant. Vanaf 1934 werd die zwart-wit in een gekleurd kader. Ze verschenen van 1932 tot 1941. Daarna werden nog wel enkele boeken aangekondigd, maar door de oorlog zijn die nooit uitgekomen. Na 1945 heeft men geprobeerd de draad weer op te pakken. Er volgden nog een paar herdrukken, maar ook enkele nieuwe, waaronder het laatste boek in 1951.

Wie waren de auteurs
Maar liefst 63 Nederlandse en 6 buitenlandse auteurs schreven kwartjesboeken. Sommige vaderlandse schrijvers deden dit onder één of meerdere pseudoniemen. Ook schreven mannelijke auteurs meisjesboeken onder de naam van hun vrouw. Een voorbeeld hiervan is Hans de la Rive Box, die schreef onder de naam Nellie Wesseling. Het is best mogelijk dat zich achter de schuilnamen bekende schrijvers verborgen, die zodoende -het was immers crisistijd- een schnabbeltje hadden. Diverse (later) bekende auteurs werkten aan de reeks mee. Daartoe behoorden o.a. Hans de la Rive Box, Guus Betlem, Nor Heerkens, Hans Pennarts, Ivo Groothedde, Adri van Witzenburg, Rie Beijer en Annie Hulsman. Frans Meijer heeft de meeste kwartjesboeken op zijn naam, 30 stuks, allemaal onder pseudoniem (J.van Kesteren, Darja Bielkin, J.H. van der Heijden, Inge Engelström).
De meeste auteurs waren geen beroepsschrijvers. Ze hadden allerlei beroepen, maar er waren veel onderwijzers en journalisten onder hen. De schrijvers kwamen uit het hele land, maar in het begin opvallend vaak uit Oostelijk Brabant en ′t Gooi. Ook hun leeftijd was nogal verschillend. Zo was Johan Wilgo rond de 60 toen hij zijn boeken schreef, terwijl Berjawit de-buteerde als middelbare-schoolleerling.

Waarover schreven zij
De jongensboeken boden alles wat jongens in die tijd (en ook nu nog!) interessant vonden in boeken: spanning, avontuur en humor. Bovendien waren ze in een goede stijl geschreven. Verslonden werden ze dan ook. Ze bevatten veel informatie, o.a. over luchtvaart in Met de Uiver naar Melbourne van Nor Heerkens, een populaire schrijver in dit genre. Er zat volop spanning in zijn boeken zoals Paul′s  avontuur in Limburg, het eerste kwartjesboek! Er waren reisavonturen bij: de Henk Rieverserie van Karel Fernandez, boeken over radiotechniek, waaronder De geheime zender van Piet van der Zanden, sciencefiction, spionage en smokkelarij. Ook de armoede van de jaren dertig speelde een rol. Bij de meisjesboeken waren doorgaans de menselijke relaties in al hun diversiteit het thema. Zo waren er kostschoolboeken en moderne Assepoester-verhalen (Het verschoppelingetje van Cor Lindeman). Ook in dit genre ontbraken humor en avontuur niet. Hoewel niet nadrukkelijk aanwezig vinden we in de kwartjesboeken de normen en waarden terug waarmee hele generaties waren opgevoed. Solidariteit tussen jongeren en ouderen van verschillende rangen en standen was zo’n vaste waarde (de serie Zeven jongens van Jan de Wit). In de latere kwartjesboeken komt ook de toestand in de wereld aan de orde. Zo zijn er een paar over de Spaanse Burgeroorlog en de dreigende Tweede Wereldoorlog. Een enkel boek heeft een pacifistisch karakter. Na mei 1940 moesten sommige boeken op last van de bezetter uit de handel worden genomen. Wat de illustraties betreft, hiervoor tekenden voornamelijk Charles Boost, Gerrit de Morée, Frans Mandos, Ko Koster en Rob de la Rive Box (broer van). Enkele auteurs illustreerden hun eigen werk en één illustrator, Piet Broos, schreef zélf kwartjesboeken.

Van zolder naar boekenkast
De meeste naslagwerken over jeugd-literatuur vermelden kwartjesboeken niet of nauwelijks. Ten onrechte, want slecht papier en laaggeprijsd betekent niet dat de boeken geen (jeugd)literaire kwaliteit hadden. De slappe kaften deden dus niet onder voor de hardcovers uit dezelfde tijd. Zoals gezegd werkten veel later bekende auteurs aan de reeks mee. Het is niet overdreven te zeggen dat sommige van hen die bekendheid mede te danken hadden aan de kwartjesboeken. Vandaag de dag zie je ze nog wel liggen bij antiquariaten of op boekenmarkten. Meestal zijn ze dan in een niet al te beste staat. Dat is niet verwonderlijk gelet op het slechte materiaal waarvan ze gemaakt waren. Toch moeten er nog heel wat op zolder liggen. Wellicht ook op de uwe en in dat geval adviseer ik u er nog eens een paar te lezen of opnieuw te lezen. Uit eigen ervaring weet ik dat u daar veel genoegen aan zult beleven.

Eef Nulden
Jaargang 7, nummer 1, 2011

Bronnen: Enkele artikelen van Joop Bekkers in Boekenpost